Het XI. HOOFD-DEEL.

Handeld

Van het Yser in 't gemeen. Vande Spykers; haar Gewigt, en Prijs. Van haar Fatsoen, en gebruik. Verscheide aanmerkingen daar ontrent; als ook hoe veel Ponden Gewigts, een Schip van dit blauw-Gaaren, ontrent nodig heeft. Van 't grov Yser; desselvs Prijs, en 't Gewigt dat aan een Schip, grosso Modo, van dit Mineraal gebruikt werd. Van den Teer, en het Pek. Van 't Arpuis. Vande Swavel. Van 't grov, en Wit-Werk. Eindelyk van het Mosch.

Van 't Yser in 't gemeen.

LAnger als ik gedagt had, heb ik in 't Bosch, en 't Hout, d' eerste Hooftstoffe, der Scheepen, verward geweest; ja soude daar in wel verdwaald hebben; so 't anders my niet al gebeurd is. Tegenwoordig sal ik vande tweede, namelijk het Yser te spreeken, een aanvang maken. Want van de Kiel af tor de Vlaggespil toe, welgebouwde Scheepen met dit Metaal gelijk als Gelardeert, en by na ongelooflijk doorregen sijn.

Vande Spykers.

De Spykers, om dat in 't beginnen, en 't voltoyen des Schips, d' eerste en laatste zijn, sullen de voorrang hebben. Zy worden na de Swaarheid des Werks, in langte, en in naam van Duim tot Duim onderscheiden.

De minste die ik sal aanteekenen, alhoewel tot eenig Beschotwerk nog kleinder te pas komen, sijn ontrent een Duim lang, en Schotsspykers genaamd; voorts Lasysers, Enkelde, Dubbelde, vyv Duimen, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, en 15 Duimen inkluis. 't Gewigt, by welke sy met groote Partyen verkogt werden, is sodanig als het volgende Tafeltje komt aan te wijsen.

haar gewigt,

Duisend Schotspykers wegen 6 Ponden,
Lasysers 10
Enkelde 20
Dubbelde 40
Vijfduimen 80
Sesduimen 120
Seveduimen 160

en Prys.

Alle dese Spijkeren, die in 't land van Luik, van het aldaar vallende Yser, gesmeed werden, gemeenlijk door malkanderen 11 Gulde, en 10, Š 15 Stuivers de 100 Ponden kosten, meerder en minder na 't geval, en tijd, sulks wil toelaten. Dog Bandnagels, Cent, en Soomspijkers die, tayheids wille, van Spaans, of Sweeds Yser, en hier te Lande, dienen gemaakt, in Prijs hooger loopen.

Hondert Ponden Yser gemeenlijk 80 Ponden Spykers geven, 't Overige doot 't Vuur, en Hamerslag, verlooren werd.

Van haar Fatsoen.

Diemen inde Scheepen gebruikt, Roestens wille, eenigsints dicker Lighamen dan inde Huisbouw nodig hebben. Dog geensints met groote, en platte, maar wel kleine, en gemeenlijk geseid vierslaagde Hoofden, mag, en moet der Smeeden Meester die voorsien: want nademaal meest alle Scheepsstucken, alleen door kragt van Spykers moeten gebogen, en op haar plaats gebragt werden, en den inslaanden Hamer al sijn Geweld, op het groote, en tegen 't Hout aanstotend Hooft, komt te verliesen, soo kan desselvs Kragt geensints tot Spykers Punct doorgaan, maar doet in tegendeel het Werk wederom te rugge springen, en 't gewenste Einde derven.

Alleenlijk Dubbelspykers, diemen gewoon is, met haar vieren, op de Ruimte van een vierkante Duim, inde Dubbel-deelen, ('t sijn Vuure of Greine Plankjes, daar mede 't onder Water sijnde Deel, vande om de Suid, of West vaarende Scheepen, om het doorknagen van Schips vaste Huid, door de aldaar in Zee sijnde Wormtjes voor te komen, word bekleed,) te slaan, mogen met groote Hoofden, tot des te meerder Houts decking werden gemaakt.

en gebruik.

Wel, en behoorlijk gesmede Spykers, moeten even ook sodanig gebruikt werden, sy dienen om 't eene Hout aan 't ander vast te hegten; en (by gevolg) tweemaal de langte van 't vast te makene Houts Dikte te bevatten. Waarom dan ook het Hout waar aan een ander moet werden vast gemaakt, ten minsten soo dik, of dicker diend te wesen, als 't geen men voorneemens is daar aan te hegten.

Verscheide aanmerking daar ontrent;

Aan de Hoofden alle Spykers vierkant, dog aan de Puncten dun en breed sijn. Gansch onkundig doen Knegten, die des Spykers dunne Puncten tusschen des Houts draaden indrijven, want de Spyker op dese wyse hoe langer hoe dicker werdende, doet eindelijk het Hout van een wijken. Beter verstand toond hy te hebben, die door Spykers breede zyde den draad des Houts komt af te breeken. Maar alderbest die, door het Boor, den weg tot Spykers ingang, komt te baanen; want de bovenste draaden hier door alle gelentheit tot van een scheuren benomen sijnde, beletten sy ook dat de meet inwaardste van een wijken konnen. Die sijn vast te makene Hout niet doorboord of het boor na qualiteit des Spykers groot genoeg neemt, ook sijn Spijkers niet na behooren, en met order verdeeld, sulks dat d' eene dese, en d'andere (soo veel mogelijk is) wederom andere draaden des Houts komen te treffen, sal ook seer slegt werk maaken.

Seer nadeelig sal 't ook voor 't Schip wesen, indienmen soo lang en veelmaalen op de Hoofden vande Spykers slaat, datmen daar door, het daar ontrent sijnde Hout, met Mooker of Hamer t' eenemaal komt te Vermorsselen, en aan het inwateren, en daar op volgende verrotting op te offeren. Met een Domkragt, of ander geweld doende instrument het Hout soo digt als mogelijk is, te brengen op de Plaats daar 't vaaren moet; ook de Spykers door middel van een Drevel te treffen, kan sulks behoorlijk verhoed, en voorgekomen werden.

De Taiheid der Spykers, daar mede men voornemens is eenig Band, of Yserwerk vast te klinken, diend alvoorens men tot het gebruik treed, ook wel ondersogt, en door deselve 2 Š 3 maal over en weder te buigen, beproevd te werden; want andersints de Spykers in 't Gat breekende, sal men het Yserwerk vast te maken, sig somtijds seer verleegen vinden.

Datmen ook de Hoofden der Spykers, na haare Grootheid, met een Dopgudsen, een weinig het Hout inlaat, zal 't Werk goeden dienst doen. En datmen, die Water-digt moeten wezen, in 't midden een weinig met wit Werk bewoeld, heeft men al voor langen tyd nut bevonden.

hoe veel Spykers een Schip nodig heeft.

Wel gebouwde Scheepen, voor yder 6 vierkante, of Cubus Voeten, die zy groot sijn, ontrent een Pond van dit blauw Gaaren nodig hebben. Daarom meet Schips Langte, Overstevens, de Wijdte, en Holte in 't midden: deze drie getallen met malkander Gemultipliceert, men krijgd Schips inhoud in Voeten, en, met een, grosso modo, de Ponden Spykers, die 't nodig heeft. By Voorbeeld, een Schip lang 160, wijd 40, hol 18 Voeten, hoe veel Spykers sal 't nodig hebben? Antwoord, 19200 Ponden. Ziet het Werk:

  160
    40
  6400
  18
 51200
 64
115200

Van 't grov Yser.

t Grof Yser, daar onder datmen d'Ankers, alle Bouten, en Banden, Roerhaaken, en Vingerlingen, Beslag aan Schips-Juffers, en Bloks, &c. verstaan mag, diend van de beste Stof te wesen. De Prijs, op een gemeene Markt, is sodanig als dit Tafeltje aanwijst:

desselve Prijs.

100 Pond Bouts of Boutwerk 13 Guldens
Ankers 14
Blok of Roerwerk Putting 15
Verstaalt Werk 20

Dog men moet weten dat in kleine Scheeps, het Yserwerk altyd van hooger Prijs als in de groote is. Sulks ik het Beslagwerk van Bloks, tot een wyd Schip, voor 40 Guldens de 100 Pond, heb sien besteeden.

Dog indien den Bouwmeester zig genegen vind het Yser selver te leeveren; sal hy den Meester Smit, voor Arbeid, en Koolen ontrent 6 Guldens 't Honderd, moeten betalen; die dan ook gehouden zal zijn de eige Wigt wederom uit te leeveren, dien hy heeft ontfangen: en Oud-Yser by hem hersteld werdende ontfangt halv Geld.

Alle Yserwerk minder als een Pond zwaar, mitsgaders Hangsels, en Slooten, word Stukwerk genaamd, en na reeden van den Arbeid, die daar aan besteed is, betaald.

en hoe veel eeen Schip grosso Modo nodig heeft.

Een Schip met Kattespooren, en Stunders, zal ontrent voor yder Cubus Voet, die 't inhoud, een halv Pond, sonder Stunders, en Kattespooren, een vierde minder: dog, zoo 't een Koebrugge heeft, een vierde Deel meerder, van dit Metaal nodig hebben. Te weten het beslag van 't Blokwerk, maar niet de Ankers daar by gereekend: als by voorbeeld; een Schip lang 160, Wijt 40, Hol 18 Voeten, sonder Koebrugge, dog met Steunders en Kattespooren; hoe veel grov Yser sal der circum circa toe van noden wesen? Antwoord 57600 Ponden. Ziet het Werk:

  160
    40
  6400
  18
 51200
 6400
115200
 57600

Dog men moet weten dat somtijds d' eene Boumeester sijn Scheepen veel meerder, en zwaarder dan d' ander, komt te Yseren, en daarom ook geen vaste Regel desen aangaande te geven is.

Van den Teer,

Den Teer, daar mede men gewoon is de Scheepen van buiten, en boven, om mede het scheuren van 't Hout, door de Son, en het daar in vallende Regen-water, seer verdervelijk aan de Scheepen, voor te komen, te bestrijken; is een Olyagtig vogt, datmen in Moscovien, en Sweden, van het aldaar vallende, en om te verwerken, onnutte Hout, brand. Sy word ons in Vaten, de Smaltonnen seer gelijk, toegesonden, en by de Lasten, te weten 13 Tonne Duimsteek, voor 12 volle, of een Last gereekend, verkogt. En heeftmen, voormaals, of in Vredens Tijd, dese voor 11 a 12 Ponden Vlaams konnen koopen, maar moetmen heden daar wel 25 a 26 dito Ponden voor betalen. Haare Deugd bestaat in desselvs heldere, en na den geele treckende Coleur, die vande Stad Wyborg komt, welkers Tonnen ook met een W, en een Kroon daar boven, Gebrandteekend sijn; word wel voor de beste geagt. Alhier by de Slijters, of Uitbruikers kanmen die by 't Mengelen, een Maat inhoudende twee bier Kannen Nats, koopen. Waar voor darmen somtijds, na Markts loop 3, 4, 5, a 6 Stuivers moet ter neder tellen. Al te dik gesmeerd deede noit het Hout goed, voormaamlijk niet binnen inde Schepen, alwaar de Veruw, wegens sijne droogheit, beter oordeel; want het Hout, door den Teer, in 't uitwasemen sijner vogten eenigsints belet sijnde, wel veeltijds daar onder nat blijft, en een Kwaadaardigheid aanneemt.

Niet alleen onnuttelijk, maar selfs schadelijk, werden gemeenlijk onse Haring-Buizen, als tegen St. Jan, in Zee, en ter Nering sullen gaan, binnen, en boven, met dese vogt, gelijk als overgoten. Waarom ook, door het over 't Schip heen bruissende Zeewater, den teer sodanig daar van afspoeld, dat den eersten Haring, binnen boord komende, en met dit vogt, gelijk als doorpeekeld sijnde, daar door seer teersmakelijk, ja somtijds wel geheel onbruikbaar word.

van het Pik.

Het Pik, datmen, om't ingedrevene Wit, en Grovwerk voor 't verotten te bewaren, op Schips naden smeerd, werd van slegten Teer sodanig gekookt, dat, koud geworden sijnde, al desselfs Vloedigheid komt te verliesen: en na mate dat harder en helderder valt, het ook hooger of laager in Prijs is. Dat van Stokholm komt agtmen best te wesen, en moetmen tegenwoordig ontrent 16 Guldens yder Ton, of 31 Ponden vlaams voor 't Last betalen, datmen in vorige tijd wel voor 20, en minder Ponden heeft konnen koopen.

't Pek dat van andere plaatse komt, of slap, wateragtig, en gruisig valt, en van minder Prijs is.

Die maar weinig van doen heeft, kan by de Slijters het Pond voor 1 Stuiver 8 Penningen, of 2 Stuivers te koop vinden.

Van 't Harpuis.

Het Harpuis, al mede ten voorschreve eynde dienstig, is een Vogt, of Gum, dat in Vrankrijk uit Pijn-Boomen vloeid, en gebrand werd. Aan schijven, die van het Wasch niet ongelijk, en welkers Gewigt, gemeenlijk tusschen de 120, en 180 Ponden is, word het ons toegesonden. Desselfs Deugd bestaat in de Geele of na den Witten treckende Koleur. De Prijs, in vredens tijd, tusschen de 4, en 5 Guldens de 100 Ponden was: maar soude, staande desen Oorlog, nu veel meerder moeten kosten.

Vande Swavel.

De Sulphur, of Swavel, die, inde voorgaande Vogten, gemengt sijnde, deselve wit maakt, en dan Cieraats halven, van buiten, nevens, en boven het Waater aan de Scheepen gesmeerd werd, komt on van Vulcani, ook geseid ∆oli Eilanden digt by Cicilien gelegen, toe. Dog het Eylandtje of klip Molo, op de Italiaansche Kust, verschaft wel het beste. Ook werd het in de aldaar sijnde Bergen gevonden. Voormaals 5, maar nu 10 Guldens voor de 100 Ponden betaald werd. De geelste hoogst in Prijs is.

Van 't grow, en Wit-Werk.

Het witte Werk, datmen uit het Vlas heekeld, agter in Schips naden drijvd, komt de 100 Ponden ook 10 Guldens te beloopen. Het Grove, datmen van oud Touw pluist, eertijds op deselve Prijs sijnde, kanmen nu dito Gewigt voor 7 Gulde 10 Stuiv, of 8 Guldens koopen. Den Bouwmeester oud Touw hebbende, en genegen sijnde Grov werk daar van te doen plucken, sal voor yder ingeleverd Pond 7 Duiten, of een Stuiver tot Arbeidsloon tellen, en op honderd Ponden die hy heeft uitgewogen, somtijds 6, 10, 15, of 20 Ponden, na dat het Touw meerder of minder Teerig, en vuil is geweest, verliesen moeten.

Eindelijk van het Molsch.

Het Molsch, een Vogt, of Vlies dat ook wel hier te Landen, maar meerder in Braband, in, en onder 't Water groeid, en, gedroogt sijnde, tot het digt maken ceniger Schips inwendige Deelen gebruikt word, kan de 100 Bossen gemeenlijk voor 24, of 30 Stuivers gekogt werden. En aldus meen ik den Bouwmeester, met de meest nodige Materiale en Gereedschappen, voorsien, en daar ontrent met soo veel sekerheid als de Natuur dier dingen, en de verandering der tijden, immers myn vermogen, heeft willen toelaten, geschreven te hebben: quapropter nune ad rem, seid den Latinist.


Cornelis van Yk: De Nederlandsche Scheeps-bouw-konst open Gestelt; Vertoonende naar wat Regel, of Evenredenheyd, in Nederland meest alle Scheepen werden gebouw; mitgaders Masten, Zeylen, Ankers en Touwen, enz. daar aan gepast.
Ian ten Hoorn, Amsterdam, 1697. pp 47-52.
Transcribed by Lars Bruzelius

SjŲhistoriska Samfundet | The Maritime History Virtual Archives | Search.

Copyright © 1999 Lars Bruzelius.